Hoe ik denk en doe

Ik wil emanciperen en ik denk dat elk mens dat in wezen wil, alleen hebben we onszelf in de loop van de eeuwen behoorlijk vastgezet. Emanciperen betekent voor mij: mezelf bevrijden uit oude(rlijke) machten die onderdrukken. Hierin zit het meergenerationele dat is overgedragen besloten. Ik wilde als mens ontwikkelen, maar op een of andere manier kwam deze Zelf realisatie niet goed van de grond. Er was iets dat sterker was dan de vormloze spirit die mijn motor aanvuurt en van binnenuit doet ontplooien, maar wat? Ik wilde weten welke krachten ervoor zorgden dat ik niet verder kwam.

Tijdens mijn zoektocht viel het me op hoeveel geloven en overtuigingen mensen hebben aangenomen, maar niet echt bewust zijn dat dit zo is. Sommigen zijn zelfs overtuigd dat ze nergens in geloven. Ze hebben geen notie dat dit ongeloof gewoon de tegenpool is van eenzelfde hersenspinsel. Beiden zijn gedachtestromen die in een bepaalde richting doen bewegen. De mens die het betreft heeft echter weinig weet van deze onderstromen die als drijfveer dienst doen. Alleen wat aan de oppervlakte zichtbaar is dat is duidelijk. Indien meetbaar kan het met de huidige apparatuur zelfs exact worden vastgesteld. De mensen die opgeleid zijn tot specialist en weet hebben van de specifieke theorieën, methodes en de te gebruiken meetinstrumenten zijn ontelbaar.

Blijkbaar communiceren mensen vanuit verschillende delen die zich op verschillende lagen begeven.  Hierdoor kan het zomaar gebeuren dat op hetzelfde moment het ene deel zich niet bewust is van een ander. Ik kwam erachter dat ik dat ook had. Gelukkig ben ik nu bezig met transformatie naar een hoger of dieper niveau. Dit ligt eraan vanuit welk standpunt je de niveaus bekijkt. In deze context betekenen hoger en dieper voor mij hetzelfde. Om het transformeren niet onnodig te doorbreken geef ik een voorbeeld in de tweede persoon: Schrokken en schransen. Je wilt het niet. Waarom doe je het dan toch? Een ander deel heeft spijt en voelt zich schuldig. Een heel naar gevoel waar ook schaamte bij komt. Het kritische deel denkt vooral afkeurend over het deel dat zich niet kan beheersen. En toch gebeurt het telkens weer. Het geheel is een negatief patroon dat je echt niet wil. Maar ook dit ‘ik’ op metaniveau is een deel waarmee je veel vitaliteit verspilt.

Al die eigen(aardig)heden die in onmin met elkaar leven! Het zijn allemaal zelven die samen een kleingeestige en geknepen sfeer in de binnenwereld creëren. Heel vermoeiend. Van gezonde innerlijke communicatie is zo geen sprake. Daarbij komt dat denk- en leefpatronen die lang worden aangehouden en/of vaak terugkomen, van nature in de materie slijten. Onze spirit belichaamde structuur is organisch van aard en dus een open systeem. Heersende communicatiepatronen intra en inter zorgen in dit geval voor een chaotische en conflictueuze innerlijke organisatie. Hoe dit dan uiterlijk manifesteert is bij iedereen anders. Soms uit het zich met fysieke klachten. In andere gevallen worden de expressies van de binnenwereld door artsen en specialisten ondergebracht in categorieën van mentale stoornissen. 

Gaandeweg kwam ik erachter dat ik de werkelijkheid goed zie. Het is echt heel normaal dat we verschillende zelven hebben, elk met een eigen verhaal. Deze fragmentatie in alsmaar kleinere entiteiten die allemaal uit informatie en energie bestaan, is tijdens de evolutie ontstaan en is van nature gecumuleerd. Dit komt omdat Wat en Hoe geleefd wordt een vormende werking heeft. De verhouding tussen lichaam en geest speelt hierin een belangrijke rol. De dichotomieën tussen beide aspecten hebben het westers denken namelijk zo sterk bepaald, dat ook het functioneren van het fysieke lichaam zich hierop heeft ingesteld. Er is niet alleen een split gecreëerd tussen denken en doen, denkers en werkers, ook het splijten zelf is een actie die in de cultuur is gebakken. We zijn het uit elkaar halen en vervolgens analyseren gewend. Dit heeft ertoe geleid dat de vormloze spirit van de hokjesgeest tot op de kleinste levensgebieden de procedures, regels en normen bepaalt, alvorens daadwerkelijk geleefd mag worden. Alles moet eerst rechtgebreid worden. Ten koste van hun spontaniteit worden mensenkinderen al vroeg geprogrammeerd om eenzijdig te zijn.  Zoals braaf en niet stout anders wordt er niet van ze gehouden. Veel jonge mensen kiezen trouwens steeds vaker voor het tegendeel en worden recalcitrant vanuit het kinderlijk idee dat dit voor het overleven meer kansen zal bieden. Maar schijn bedriegt. Gepolariseerd gedrag is het tegenovergestelde van wat een overlevingspersoonlijkheid moet zijn om de dingen aan te kunnen. Het is allesbehalve flexibel. Maar nog voordat een mensje zijn eigen voedende aspecten als impulsen, sensaties, emoties en instincten leert begrijpen, moet het de natuurlijke expressies uit dieper gelegen hersengebieden al kunnen beheersen. Met de beste bedoelingen wordt hiermee een disbalans gecreëerd tussen prenatale voedende en postnatale controlerende informatie. Kinderen worden op die manier al jong gekortwiekt. In feite moeten ze al iets hebben en zijn en iets niet hebben en niet zijn voordat ze geboren (mogen) worden. Dit is allemaal zo geregeld.

De kinderen die in de gegeven ordening ter wereld komen passen zich van nature aan. Het plastische brein neemt communicatiepatronen over. De binnenwereld creëert een weerspiegeling van de buitenwereld. Vooral wanneer het kind woorden voor de werkelijkheid leert en daarmee de functie van de talige linkerhemisfeer inspireert en doet ontwaken, wordt onderhuids aan de basis gewerkt voor het subjectieve referentiekader. Een ordening waarop in de loop van het leven telkens wordt teruggegrepen en voortgebouwd. Dit voelt veilig, het biedt houvast, maar het is een statisch beeld uit het verleden waarin mensen blijven haken. Dit blijven hangen in oude patronen speelt niet allen op micro-niveau in een mens, maar ook op meso- en macro-niveau. Zo heeft het wetenschapsdenken een hele grote impact in ons leven. De hoogst gewaardeerde theorieën die in dit veld zijn ontstaan hebben bepaalde beelden over de werkelijkheid gecreëerd die overal (en dus nergens) toepasbaar zijn:  ‘Zo en zo IS het’ . Dit heeft ertoe geleid dat mensen deze ideeën als blauwdruk voor het leven zelf gaan nemen. We herhalen alsmaar hetzelfde, omdat ons lichaam geen open, maar een gesloten houding naar het leven zelf heeft aangenomen. Te weten: in het hier en nu waarin alles komt toevallen.  In feite leven we een kopie van wat de voorouders hebben doorgegeven, alleen pakt de vorm wat eigentijdser uit. Mensenkinderen gaan het namelijk later nog beter doen dan de generaties die voor hen zijn gekomen. Ik vraag me dan af hoe verder als het denkpatroon en daarmee het handelen alsmaar hetzelfde blijft? Wordt het leven nog meer beperkt en tegelijkertijd nog meer gefragmenteerd en complex en nog meer op het willen (onder)scheiden en elkaar beconcurreren gericht?

Ik denk dat we een bepaalde mate van complexiteit wel aankunnen. Mensen zijn van nature orde scheppende wezens. Wat we niet aankunnen is voldoen aan de opdracht ons te voegen naar een schema waarin de wereld heel simpel wordt afgespiegeld, terwijl de ware werkelijkheid die we zelf aan den lijve ondervinden heel iets anders is. De in de cultuur verweven technocratische levensvisie maakt dat mensenkinderen al vroeg in hun leven informatie die van binnenuit komt moeten negeren. Dit verengt de informatiestromen die vanuit verschillende niveaus uit de binnenwereld komen, met als gevolg dat we maar een beperkt en star blikveld op de werkelijkheid creëren. We doen onszelf hiermee tekort. Omdat eigen(aardig)heden niet aan de orde komen, of vertekend moeten worden weergegeven, is onze ware natuur sinister geworden. We zijn ervan vervreemd. Dit belet dan weer het zelfvertrouwen. Echter, zonder deze prenatale informatie en energie is het onmogelijk om gezond te blijven.

Vertrouwen wordt eenzijdig naar de buitenwereld getrokken waar ontelbare deskundigen het voor het zeggen hebben, ieder op zijn eigen gebied. Omdat we zijn gaan denken dat kennis slechts te vergaren is via specialisten die ergens voor zijn opgeleid, weten we niet dat de eigenlijke kennisbron van binnenuit komt. Dit wezensvreemd zijn is een uiterst destructieve ontwikkeling. Het ontmenselijkt. Maar omdat dit allemaal onbewust gebeurt, gaan we gewoon door met onze favoriete bezigheid, namelijk problemen oplossen. Dit vanuit het streven naar een probleemloze wereld. Wie is daar nu op tegen? Zelfs als problemen door hun aard onoplosbaar zijn, gaan (de door zichzelf benoemde) optimisten ermee aan de slag. Dit vanuit het hoogst gewaardeerde principe dat niets onoplosbaar is. En we geven ze volop de ruimte. Ze krijgen de tijd = geld om oplossingen te bedenken. Maar door te streven naar het onbereikbare laten we de verwerkelijking van het mogelijke liggen! Weer anderen zijn er goed in om problemen te creëren wanneer deze op enig moment niet voorhanden zijn. Ook dit gebeurt op grote schaal. Inventieve creaties voor fictieve problemen, of in het eerste geval fictieve oplossingen voor wat onoplosbaar is, worden gretig afgenomen. En het wordt allemaal goed betaald. Hoe de gecreëerde producten in de praktijk gaan werken is voor de (be)denkers, noch voor hoofden die het hebben aangeschaft, zelden relevant. Hoofden staan aan het hoofd en worden er niet op afgerekend. Verantwoordelijkheid ligt bij de minst gewaardeerde werkers van het laagste niveau. Ze worden afgerekend op de resultaten die door onafhankelijk werkende bedenkers vanachter het bureau zijn bedacht. Alles moet passen in een verdienmodel. Ieder jaar moet het beter en niets is goed genoeg. 

Stoutmoediger dan het doorvorsen van het onbekende is soms het betwijfelen van het bekende. Bovengenoemd verhaal is het verhaal van ons allemaal. Het speelt zich af in onszelf, in families en organisaties, tot op macroniveau internationaal. 

Het is niet zo dat scheppers en oplossers van nature slecht zijn, maar omdat ze hun bezigheden op de alomvertegenwoordigde maakbaarheidsgedachte baseren is de werking voor het geheel behoorlijk malicieus. Gezien hun superieure positie kunnen hoofden zich namelijk buiten de waarheid van de praktijk (practice based evidence) stellen. Dit wordt objectief genoemd. De enige serieuze wijze van kennisverwerving die we accepteren als betrouwbaar en valide. Door dit wetenschapsdenken zijn we gaan geloven dat het subjectieve van het orgaan en haar leden slechts de waarheid doet verminken. Iets anders dan objectief is niet echt. Het zogenaamde onechte moeten we derhalve onderdrukken. Of, wanneer de positie het toelaat kunnen we het naar buiten projecteren. Het lijkt dan niet binnen te gebeuren. Dit afschuiven is echter niet zo maar mogelijk voor mensen op het operationele niveau. De werkers krijgen het van alle kanten voor de kiezen en moeten dingen verteren ook al werken deze giftig voor het lichaam. Voor hen geldt: Tijd = leven. Zij voelen het wel degelijk, maar kunnen het niet zeggen omdat ze anders hun baan (laagste positie) verliezen. Vele mensen met gezag en de macht zijn uit contact met gevoel voor de essentie. Ook mensen die wel nog voelen wordt het daardoor op enig moment toch teveel. Dit leidt ertoe dat ook zij alles in het werk gaan stellen om het voelen te vermijden. Maar de natuur laat zich niet foppen. Wij mensen kunnen wel van alles bedenken, maar zonder respect en waardering voor het lichaam zijn we niet heel!  

We hebben een wereld geconstrueerd waarin we vanuit utopische gedachten alsmaar meer van hetzelfde toepassen. Alles blijft erdoor hetzelfde en er verandert niets wezenlijks. In het werkelijke leven heeft de gekunstelde scheiding van krachten, in machtigen en onmachtigen, tot desastreuze gevolgen geleid. Iedereen wil bij de superieuren horen. Het inferieure wijzen we af. Onze geest wordt doorlopend naar buiten getrokken waar we over van alles en nog wat een mening moeten hebben. Dit kunstje van de narratieve rationele linkerhemisfeer wordt al met de paplepel ingegeven, maar op school wordt het menens. Het behoort daar tot de core business. Alle denken en doen moet passen binnen een gesloten model. Wat de wereld is en wat in de wereld is, is allemaal beschreven. De inhoud moeten kinderen leren. Dit betekent consumeren en verteren. Later moeten ze de producten weer produceren. Dit om bewijzen te leveren dat de school haar werk goed heeft gedaan. Niet alleen kinderen, maar ook scholen worden onderling met elkaar vergeleken. Nationaal en internationaal. Dit laatste om prestatie-indicatoren van de economieën bij te houden en voor de toekomst veilig te stellen. Wanneer cijfers bewijzen dat de prestaties zakken moet aan de bel worden getrokken. 

In feite is vergelijken onze voornaamste bezigheid geworden. Door iets te trainen wordt het van nature sterker.  Dit is de reden waarom onze laatst geboren yange breinfunctie behoorlijk op hol is geslagen. De oudere meer yinne functies van de rechter hemisfeer en subcorticale zones die van nature meer in contact staan met het lichaam zijn hierdoor tekort gedaan. We functioneren niet meer evenwichtig. We zijn ver uit balans geraakt. 

Door eeuwenlange denk- en leefpatronen, is een wereld geschapen die gefocust is op de buitenkant. Het oppervlakkig niveau. Maar door de verloochening van informatie komend uit diepere lagen zoals het non-verbale zijn werkelijke moeilijkheden intensiever geworden. Doen alsof het er niet is maakt dat de signalen die het lichaam afgeeft zich terugtrekken. Ze worden deficiënt. Omdat er toch iets is wat de aandacht nodig heeft, blijft de informatie en energie echter latent aanwezig en komt in een zwak moment onverwachts naar boven. Meestal wordt het dan niet meer herkend voor wat het is. We worden er bang van. Met miskennen creëren we innerlijke conflictsituaties. Uiteindelijk ontaarden gewone moeilijkheden in gigantische problemen. Zo is de werking van de natuur. 

Op dit moment zijn de enorme problemen ons boven het hoofd gegroeid. Het is tijd dat we onze hoofden een toontje lager laten zingen en gaan mediteren. We hebben namelijk al onze krachten nodig om weer in balans te komen. Om helemaal gezond te worden zullen we ook oude rudimentaire krachten aan moeten boren. Hier liggen potentiële krachten op ons te wachten. Omdat wij mensen bewust zijn van ons bewustzijn kunnen we dat. We kunnen inspireren. Het gaat met de inwaartse stil observerende blik. De sturing en controle is uiterst subtiel en ligt in de zachte liefdevolle bewegingen naar buiten en naar binnen. Door de unificatie van zijn èn bewegen gaat alles vanzelf weer stromen. Wij gaan weer leven!   

Om zelf te emanciperen wil ik graag uitleggen in welke bewustzijnsstaat we ons op dit moment bevinden en hoe we dit bewustzijn kunnen cultiveren. Dit kan niet zonder het lichaam mee te nemen. Ik wil hierin vooral verbindend werken. Elk deel komt zo vanzelf aan haar/zijn trekken en kan gaan functioneren zoals van nature bedoeld. Ik beoog daarmee te bewerkstelligen, dat het geconstrueerde cijfermatige referentiekader waar we ons leven op baseren weer natuurlijker wordt. Er is hoop voor de toekomst, maar dat kan alleen wanneer we stoppen met onze eigen natuur te verloochenen waardoor de bestaande gespletenheid, en daarmee de fragmentaties op micro- meso en macroniveau alsmaar verder cumuleren. Het is hoogste tijd dat we ons ware menszijn gaan waarderen. Het creëren van een gekunstelde werkelijkheid zoals artificial intelligence hoeft daarbij niet te verdwijnen.  Leven is een kwestie van en/en. Gelaagd en veelzijdig.

Anno 2021 ligt ons volste vertrouwen vooral op de resultaten van de wetenschap. Toegepaste wetenschappen gaat nog altijd uit van het manicheïstische principe dat iets onmogelijk waar én niet waar kan zijn. We moeten kiezen: het een óf het ander. De gedachte dat tegenstellingen onmogelijk naast elkaar kunnen bestaan, heeft me zelf een hele tijd losgeslagen van het echte leven waar dit natuurlijk wel gewoon bestaat. Leven speelt zich af op ontelbare lagen binnen en buiten. Delen bestaande uit informatie, energie en materie botsen, vermengen, transformeren voortdurend met elkaar. Maar omdat volwassen mensen met de beste bedoelingen een heel simpel beeld gaven over de mensen en de wereld, namelijk: goed of slecht, aan of uit, ja of nee, maar ondertussen zelf model stonden voor wat ze niet wilden zien in mij, raakte ik danig in de war. Het was een lijdensweg waar maar geen einde aan leek te komen. Gelukkig ben ik niet later geboren, anders was mijn tijdelijke verwarring wellicht geclassificeerd en als een ‘disorder’ vastgesteld door gedragsdeskundigen die de criteria uit het ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ uit hun hoofd hebben moeten leren. Met hun weetjeskennis en met hulp van computer software programma’s hebben deze speciale probleemoplossers namelijk snel een antwoord paraat over de categorie waaronder een bepaalde combinatie van gedragingen geplaatst kan worden. Het inmiddels vuistdikke exemplaar DSM 5 is hier heel duidelijk over. 

Mijn leven veranderde drastisch toen ik me met systemisch werk ging bezighouden. Wat hiermee aan het licht kwam was een eye-opener, maar het bracht nog geen echte verlichting. Het leven werd eerst voelbaar lichter toen ik in 2008 de bewegingsleer Zhineng Qigong ging praktiseren en mijn geest zich ging verankeren in mijn hart. Toen het hart zich langzaam opende werd ik pas gewaar hoe gesloten het was geweest. Door de bewegingloosheid van de verstarring kon de informatie en energie gewoonweg niet tot in het bewuste bewustzijn komen.

Door te werken met mijn instrumenten Zhineng Qigong en Systemic Transition heb ik mijn leven terug op de rails. De wijzen zijn vanzelf geïntegreerd. En meer: Ik heb mijn zelven leren kennen en ben blij met ze. Ze hebben me allemaal geholpen, alleen had ik sommigen te veel verantwoordelijkheid gegeven en andere delen had ik miskend.  Nieuwsgierigheid naar alle delen en de moed om ze te aanvaarden heeft geholpen om alle delen echt lief te hebben. Ik voel me geheeld. Dit één geheel zijn heeft mijn innerlijke kracht gebundeld wat synoniem is voor zelfvertrouwen. Ik ben kalmer dan ooit en tegelijkertijd heb ik energie voor twee. Het vuurtje dat de motor doet aanwakkeren is weer aan.  Ik kan inspireren en toch geen energie verliezen. Ik induceer vitaliteit door meZelf te zijn.

Dit alles wil ik graag doorgeven. Samen leren en emanciperen zal ook de aarde goed doen. Want alleen samen kunnen we een nieuwe cultuur creëren waarin meer begrip heerst voor de menselijke natuur.  Dit maakt dat we niet alleen ons rationele vermogen en daarmee de hokjesgeest, maar ook gevoel voor de hele natuur ontwikkelen. Mensen gaan van nature het juiste doen.